Als Dood morgen komt

 

Als Dood morgen komt, dan kan ik helaas niet zeggen, wacht nog even in de gang en ga gerust nog even zitten!

Ik wil nog zoveel dingen doen, zal even door mijn wensbriefjes spitten.

Veel woorden zijn geschreven, weinig daarvan heb ik doorgehaald,

vaak was er wel een één of andere reden, soms was het angst of achterhaald.

 

Als Dood morgen komt, dan wil ik kunnen zeggen, dat mijn ogen hebben rondgekeken en hebben gezien wat ik wilde zien.

De kleuren van een regenboog, dat boek met duizenden woorden, de ziel in jouw ogen, die m'n hart raakte sindsdien.

 

Als Dood morgen komt, dan wil ik kunnen zeggen, dat het zonlicht de schaduw in mij deed vervagen en ik zag weer de schoonheid van het leven.

Mijn liefde voor jou was groot, maar het waren vooral de kleine dingen, die me bij zijn gebleven.

 

Als Dood morgen komt, dan wil ik kunnen zeggen, dat ik heb geproefd van alles wat me werd aangereikt, het was een waar genot.

Zelfs de smaak van jouw traan, soms bitter en onbegrepen, maar op jouw kus was ik verzot.

 

Als Dood morgen komt, dan wil ik kunnen zeggen, dat mijn oren luisterden naar de harmonie om me heen, de muziek van wanhoop met achteraf het geluid van jouw schaterlach.

Op het ritme van jouw hart dat intens de maten klopte, toen we samen de liefde bedreven, als een donder op een trommelslag.

 

Als Dood morgen komt, dan wil ik zeker nog zeggen, dat ik hield van het leven, van de mens zoals ze was, naakt en breekbaar, puur en vol vertrouwen.

Mijn liefde voor alles, ik zag en beleefde werkelijk zoveel, zoals ik hield van jou, dat staat geschreven in m'n hart en dat kan niemand meer ontvouwen.

 

Want als Dood dan opstaat, vanuit de stoel in de gang en mij morgen werkelijk op komt halen,

dan zal hij eeuwen nodig hebben om te luisteren naar al mijn mooie verhalen.

 

Sylvia