Mijn Picasso

‘Mamma, ik snap er niets van, wil je me helpen met mijn huiswerk?’ Puffend en zuchtend gooit hij zijn schrift naar me toe en mompelt: ‘Die figuren, ik moet alles benoemen, randen, hoeken, waarom cilinders rollen en kubussen niet. En ik moet ze ook nog tekenen, daar zie ik helemaal het nut niet van in…, ik haat tekenen!’ zegt hij kwaad. Ik kijk op van mijn studieboek en ik bedenk hoe ik het hem het beste kan uitleggen, zonder dat Mirco zijn geduld verliest, waardoor hij zijn huiswerk helemaal niet meer wil maken.

‘Maar je vindt tekenen altijd leuk om te doen!’

‘Niet op school, want ik ben niet goed in kleuren, ik haat tekenles!’ Terwijl hij dat zegt, schiet mij iets te binnen. ‘Je vindt rekenen en wiskunde toch leuk, daar ben je toch goed in?’ Zijn kwade gezicht verdwijnt en er komt een glinstering in zijn ogen. ‘Dat weet je toch mam, ik had een tien! Maar dat heeft niets met tekenen te maken, waarom moeten we de tekenlessen volgen?’

‘Omdat de juf wil zien of je later een tekenaar of schilder kan worden.’ Mirco denkt even na en zegt dan: ‘Mamma, dat is niets voor mij, ik ben goed in wiskunde, dat vind ik leuk!’

‘Maar dat kan je combineren!’ zeg ik overtuigend, en hij kijkt me verbaasd aan.

‘Hoezo?’

‘Ik ken iemand die vierkanten en rechthoeken tekende en daar heel veel geld mee heeft verdiend.’ Mirco kijkt me nog verbaasder aan en vraagt zachtjes: ‘Echt waar? Ik wil later ook veel geld verdienen, dan kan ik een hotel kopen!’

‘Echt waar, kom…, dan laat ik je het even op de computer zien, maar daarna gaan we huiswerk maken!’

Mirco kijkt zijn ogen uit als ik hem een museum laat zien met prachtige schilderijen. Als we bij het doek aankomen dat ik hem wilde laten zien, heb ik zonder iets te zeggen meteen zijn aandacht.

‘Mamma, dit is prachtig, kijk die kleuren, maar dat kan ik ook! Wil je er een kopie van maken zodat ik het na kan tekenen?’

‘Zie je nu wel, dat je wiskunde met tekenen en art kan combineren!’ Lachend druk ik een kopie af, terwijl Mirco alweer aan de tafel zit en zijn opdracht afmaakt. In een mum van tijd heeft hij zijn Engels af, een taaloefening, en hij leest een paar keer een gedicht dat hij uit zijn hoofd moet leren.

‘Mamma, wil je daar gaan zitten?’ en hij wijst naar de hoek van de tafel, terwijl hij zijn tekenspullen uitstalt.

‘Want als ik mooie tekeningen maak mamma, kan ik die verkopen. Wil je er ook één kopen?’

‘Begin nu eerst maar!’ zeg ik grinnikend, terwijl ik mijn leerboek opzijschuif.

Met elke kleur die Mirco klaar heeft vraagt hij of het goed gekleurd is: ‘Mamma, wil je deze tekening al kopen?’ vraagt hij ongeduldig, als hij merkt dat kunst toch wel veel tijd vergt.

‘Het is nog niet klaar, lieverd!’ Snel duik ik weer in mijn boek, zodat Mirco toch ook maar weer verder gaat. Dan na een uurtje zegt hij blij: ‘Het is klaar, kijk!’ Ik bestudeer de tekening nauwkeurig, zoals we samen eerder hebben gedaan, toen we op internet naar de schilderijen keken.

‘Prachtig! Mooie kleuren heb je gekozen!’ Mirco kijkt me trots aan en vraagt een beetje verlegen: ‘Wil je het kopen?’

‘Weet je wat,’ zeg ik glunderend, ‘we gaan ervoor bieden! Ik bied twee euro en als je vader strakjes thuis komt, vraag je wat hij ervoor geeft!’

‘Twee euro, zo weinig!’ vraagt hij teleurgesteld. ‘Je zei dat kunstenaars veel geld verdienen!’ Ik schiet luid in de lach en zeg: ‘Twee euro is nog maar het begin, het kan wel erg hoog eindigen!’ Niet erg tevreden begint hij aan een andere tekening, die vier keer zo groot moet worden. ‘Dan kan ik meer geld vragen, want mijn kleurtjes raken op en dan moet ik nieuwe kopen!’ mompelt hij zachtjes.

Mijn man is amper binnen of Mirco steekt meteen van wal.

‘Mamma geeft er twee euro voor, wat betaal jij me voor deze tekening?’

‘Heb jij die gemaakt, wat mooi!’

‘Nou, wat geef je ervoor?’ vraagt hij ongeduldig, met spanning op zijn gezicht. Na wat heen en weer bieden is de tekening aan mij verkocht voor zes euro. Het is echt een prachtig kunstwerk geworden en je ziet dat hij er zijn hele hart in heeft gelegd. Dan komt mijn man uit de garage lopen met een bosbessenlikeur, die we zelf gemaakt hebben. Als hij op een papiertje de datum schrijft wanneer we het drankje hebben gemaakt, heb ik een idee. Ik pak de tekening van Mirco, maak er een aantal kopietjes van, en knip ze uit.

Mirco, wat denk je ervan om op de flessen mirtilli jouw tekening te plakken?’

De trots straalt van zijn gezicht. ‘We verkopen mirtilli met mijn etiket, ik word beroemd!’

Als we ’s avonds naar onze vrienden gaan, om daar te eten, overhandigt Mirco trots een flesje mirtilli aan mijn vriendin.

‘Het likeurtje is lekker, maar het etiket is het mooiste dat op de fles zit. Dat is kunst!’ zegt hij zelfverzekerd. ‘En… het is gemaakt door mij!’ Onze vrienden prijzen hem en beloven in de toekomst een tekening van hem te kopen.

Als de kinderen die avond laat naar bed gaan, kijk ik nog even naar de originele tekening, die ik in mijn agenda had gelegd. Een tekening met prachtig gekleurde vierkanten! Terwijl ik om me heen kijk, zeg ik grinnikend tegen mijn man: ‘Denk je dat ònze Picasso ook deze saaie, witte muren zou willen beschilderen?’

 

Sylvia