Een rare ochtend!

Uitgerust stap ik de volgende ochtend uit mijn bed en ga zachtjes in het donker, op blote voeten naar beneden. De familie slaapt nog, die maak ik over een uurtje wakker.

Ik loop naar de voordeur, open die, en ook het luik, met mijn ogen dicht adem ik de frisse morgenlucht diep in. Als ik me omdraai en de woonkamer weer in wil lopen, schrik ik me rot als ik daar een kikker zie zitten, net onder de laatste tree. Meteen open ik de voordeur weer, loop naar de kikker en pak hem op. Wanneer ik hem op de grond vrijlaat, zeg ik tegen hem: ‘Kijk je uit, we hebben slangen in onze tuin!’ De kikker springt rustig onder een struik en ik loop terug naar de keuken, pak een mok koffie die net gezet is, ga op de bank zitten en kijk naar het ochtendjournaal. Terwijl ik geniet van mijn koffie, zie ik een boek, dat op de grond ligt, langzaam verschuiven. De kinderen hebben een speelhoek waar aan de rechterkant van alles op elkaar gestapeld ligt. Puzzels, boeken, blokken, noem maar op. Ik kijk nog een keer goed maar zie niets meer bewegen. Ik zal het wel niet goed gezien hebben, denk ik bij mezelf! Dan, als ik mijn lege kopje op de salontafel voor me zet, verschuift een boek zo, dat het opzij valt. Verbaasd sta ik, voorzichtig, op. Het is half zes in de ochtend, ‘Zie ik ze nu al vliegen?’ zeg ik zachtjes, en ik loop naar de hoek. Als ik me vooroverbuig schrik ik weer, wanneer nu ook een barbiepop zich begint te verplaatsen. ‘En nu?’ vraag ik mezelf af. Ik wacht nog even en dan springt er ineens een andere kikker naar voren! Van de zenuwen schiet ik in de lach en zeg: ‘Ik zal je naar je vriendje toebrengen, waren jullie zo bang voor de slang, dat jullie je in ons huis hebben verscholen?’ Glimlachend zet ik deze kikker ook buiten, en als ik later mijn brood sta te smeren, zeg ik lachend tegen mezelf: ‘Gelukkig waren maar het kikkers, ik begon al aan mezelf te twijfelen!’

Als ik in mijn auto rij, op weg naar mijn werk, kom ik na een paar minuten rijden langs weilanden. Ik kijk naar de bergen, die ik in de verte zie. Dan gaan mijn ogen weer langs het weiland en ik zie een kat, die zittend geniet, met zijn kopje naar de zon gericht en naast hem…, wat is dat? vraag ik me fronsend af. Ik kijk nog een keer, een andere kat? Een haas? Ik zet mijn auto aan de kant en kijk nog een keer goed, ja, het is een haas die zichzelf aan het wassen is. ‘Een kat samen met een haas, het moet toch niet gekker worden!’ zeg ik, en rij weer verder. Als ik op het werk aankom stuur ik een sms’je naar het radiostation om ze te bedanken voor de te gekke muziek, disco uit de jaren tachtig! Als afzender zet ik erbij: kus van Sylvia, een Nederlandse die in Italië woont. Wanneer ik de sms verstuur, hoor ik meteen mijn naam op de radio en ik begin te glunderen om wat de dj zegt. Lachend zet ik de radio uit en loop het magazijn binnen waar mijn collega’s beginnen te lachen, als ik bevestig dat het om mijn sms’je ging.

Dan gaat ineens mijn mobiel af.

‘Pronto?’ zeg ik fronsend, als ik het telefoonnummer niet herken.

‘Met Gianni, van Radio Stella. Heb je tijd om even een interview life met ons te doen?’

‘Met mij? eh…, wel ja,’ het is toch al een rare ochtend denk ik. Als na een minuut het liefdesliedje is afgelopen hoor ik ineens de dj zeggen:

‘De één komt hiernaartoe voor werk, de ander… Maar Sylviëtta, wat doet een Nederlandse in godsnaam in een klein dorpje in Italië? Niet voor het werk, want dat is er niet!’

‘Nee, voor de liefde!’ reageer ik spontaan, en beantwoord de vraag, hoe we elkaar hebben ontmoet.

‘Wat waren de eerste problemen, en wat denk je van Italië?’

‘Dat Italië een beetje achter loopt.

‘Een beetje! Hahaha, ja laten we het daar maar op houden, laten we zeggen dat Nederland erg voor loopt! Wat vind je ervan dat iedereen dialect praat, en wat was het eerste woord dat je in het dialect heb geleerd? Toe…, niet verlegen zijn, je mag alles zeggen!’

‘Er schiet me even niets te binnen!’ zeg ik, snel in gedachten zoekend naar een woord.

‘De emotie hè, zal de liefde wel zijn!’

‘Ja laten we het daar maar op houden!’ kaats ik lachend terug. We praten nog een paar minuten en dan zegt de dj: ‘Wat is het raarste dat je hier heb meegemaakt?’ Ik grinnik en zeg: ‘Deze ochtend, eerst de kikkers, toen de kat samen met een haas en dan dat jullie uitgerekend met mij een interview willen doen!’

Juichend komen mijn collega’s naar me toegelopen, als ik het telefoongesprek afsluit, iedereen luisterde naar de kleine transistorradio, voor hen ben ik vandaag een beroemdheid, en ik werd de hele dag op handen gedragen!

 

Sylvia