Blunders

Eind dit jaar woon ik alweer tien jaar in Italië, de tijd is met veel blunders voorbij gevlogen. De Italiaanse taal is niet zo’n gemakkelijke taal, dus gooide ik mezelf in het diepe! Ik ging meteen boodschappen doen, met de hond wandelen, en naar de sportschool zodat ik nieuwe mensen kon ontmoeten en dan moet je praten! Ik weet nog goed dat ik de eerste keer de zaal binnenstapte en mezelf voorstelde.

‘Hoi, ben jij niet de vrouw van Appie?’ vraagt een vrouw van mijn leeftijd.

‘Ja, dat ben ik, wie ben jij?’

‘Ik ben Sofie, ik werk bij je man op kantoor, mijn moeder is de vriendin van je schoonmoeder, wat leuk je te ontmoeten! Kom hier naast me staan!’ ze pakt haar stepapparaat en zet dat een meter naar rechts. Zenuwachtig zet ik mijn step neer en kijk naar de vrouw die links van me staat. Die schuift, een beetje geërgerd, opzij.

‘Laat haar maar,’ zegt Sofie zachtjes, ‘zij houdt niet van buitenlanders.’

Ik lach haar vriendelijk toe omdat ik niet als buitenlandse gezien wil worden. Als ik iets tegen haar wil zeggen komt de aerobic lerares binnen die, zo gauw ze me ziet, zegt: ‘Hè, een nieuwe!’ Mijn nieuwe vriendin vertelt meteen wie ik ben en waar ik vandaan kom, waarop ze enthousiast naar me toeloopt, een hand geeft en me in het Engels welkom heet! Laura, de lerares, is nogal klein en als ik haar de hand schud kijk ik naar de vrouw achter haar, die mij een vervelende blik geeft zo van: De lessen zijn voor Italianen!

Ik luister naar Laura die zegt: ‘Als je het niet begrijpt mag je het gerust vragen!’ Omdat ik juist naar de sportschool ben gegaan om ook de taal machtig te worden, zeg ik: ‘Ik wil graag aerobiccen in Italiaanse termen, want anders leer ik het nooit! Terwijl Laura de muziek opzet kijk ik naar de buurvrouw links van me, die nog steeds kwaad kijkt en druk begint te stappen op de maat van de muziek.  Ik volg haar, maar in gedachten had ik het me anders voorgesteld, ik zou achteraan in de zaal staan, kijkend naar de bewegingen, die ik dan na zou doen. Nu ik vooraan moet staan probeer ik maar te lachen, want de eerste les gaat als volgt: Iedereen reikt met de armen omhoog, ik doe ze juist omlaag, op de step en linksom eraf stappen, doe ik net de andere kant op, één, twee in de maat, is één, twee uit de maat bij mij! Dan gaat iedereen op de step liggen om buikspierenoefeningen te gaan doen, ik probeer het voorbeeld te volgen, maar omdat ik het niet helemaal kan zien, draai ik een beetje opzij en val dan op de grond. De buurvrouw links van me schrikt gaat zitten en vraagt: ‘Gaat het, moet ik je helpen?’ Laura stopt de muziek, maar ik gebaar dat ze verder moet gaan omdat het wel gaat. Ik voel een vreselijke lachbui in me opkomen en na een paar minuten heeft iedereen de slappe lach, waardoor de buikspieroefeningen de mist in gaan! Het ijs is gebroken, de groep heeft me geaccepteerd, ik ben nu de buitenlandse waar je mee kan lachen! En de geïrriteerde vrouw Elise, links van me, is mijn beste vriendin geworden! Ik pest haar er soms nog mee, maar dan wordt ze boos.

‘Dat moet je niet zeggen, ik vind het juist heel knap van je, ik zou het niet kunnen!’

‘Denk je dat ik het makkelijk heb, ik blunder nog steeds!’

‘Ja, maar je probeert het! En wanneer je een foutje maakt geef je de ander altijd een glimlach die aanstekelijk werkt! Net als laatst toen we beiden opgeroepen waren om een mammogram te laten maken!’ Ik glimlach weer bij de gedachte. De arts sprak mij in het dialect aan en ik vroeg of hij in het Italiaans verder wilde praten, omdat ik uit Nederland kom en dialect niet begrijp. Begint de dokter enthousiast te vertellen, terwijl hij de foto’s neemt, dat hij in ons landje heeft gestudeerd! Na de verhalen over Scheveningen, de molens, en het strand waar het altijd zo erg hard waaide, mocht ik naar mijn omkleedhokje terug en ik kleedde me aan. Maar als ik, met de jas over mijn arm de wachtkamer inloop, komt de arts me achterna rennen en vraagt: ‘Waar gaat u heen, vlucht u?’ Mijn vriendin, die na mij aan de beurt zou zijn, kijkt mij verbaasd aan terwijl ze opstaat.

‘U was zo over Nederland aan het praten, dat ik heimwee kreeg en naar huis wilde!’ zeg ik lachend tegen de arts en loop het omkleedhokje weer in waar de arts me voorgaat naar een andere kamer.

‘De foto’s zijn goed, maar u moet nog een echo laten maken, u krijgt een brief mee voor de huisarts, en dan pas bent u klaar!’ zegt hij, luid lachend.

Mijn vriendin en ik zitten daarna in een bar te wachten op de koffie. De barman zet de kopjes op de tafel en zegt: ‘Due caffé macchiato.’

‘Twee? Wil jij ook koffie met melk?’ vraagt Elise, ‘je drinkt toch altijd een koffie verkeerd omdat de espresso maar één slokje is!’ Ik lach vriendelijk naar de barman die verontschuldigend vraagt: ‘U wilde latte macchiato? Geen probleem, ik maak het direct voor u!’ Als hij later terug komt zeg ik lachend tegen hem: ‘Sorry, ik heb dorst!’

‘Zie je wel!’ zegt mijn vriendin, ‘met die aanstekelijke lach valt het niet eens op!’

 

Sylvia