Vergrijzing, leuk of niet?

Het is laat in de middag als ik besluit nog even langs mijn oma te gaan, want ik voel me een beetje schuldig, omdat ik vorige week niet op visite ben geweest.

Terwijl ik door de open ruimte loop van het bejaardenhuis, kijk ik om me heen. De gemiddelde leeftijd is hier toch wel zeventig-tachtig jaar. Ik zie een grote kamer waar ouderen de krant lezen. Wanneer ik naar binnen ga zie ik in de rechterhoek vijf computers staan. Nieuwsgierig loop ik naar die hoek, waar twee opa’s en een oma het toetsenbord gebruiken alsof ze dat al jaren doen.

‘Is dat uw dochter?’ vraag ik aan de vrouw.

Ze kijkt op met een glimlach en vol trots zegt ze: ‘Ja, dit is mijn dochter. Ik ben aan het skypen! Ze woont in Amerika en elke week praten we op deze manier.’

De vrouw is in de tachtig maar dat geef je haar niet.

‘Leuk voor u om op deze manier te communiceren,’ zeg ik, en zwaai even naar haar dochter.

‘Ik ben blij met deze moderne tijd, en dat er computers bestaan. Want nu zie en hoor ik mijn dochter elke week, met mijn slechte gezondheid lukt het me niet meer om haar te bezoeken in Amerika.’

De man naast haar kijkt op en zegt tegen me: ‘Het is waar. Deze tijd heeft mij ook moderner gemaakt qua denken. Als ik iets hoor wat ik nog niet ken dan zoek ik het op in Google.’

Er klinkt een biep, en ik zie de andere opa zijn mobiele telefoon pakken. Hij leest zijn bericht en begint een sms terug te schrijven. Ik vind het te gek maar ook vreemd, want de ouderen van nu zijn fanatiek met de elektronische wereld.

‘Mijn zoon,’ zegt de opa, terwijl hij zijn mobiel weer in zijn borstzak stopt. Hij komt me vanmiddag laat ophalen om bij hem thuis te dineren. Mijn kleinkinderen komen ook eten en…’ en weer gaat zijn telefoon. Hallo hoor ik hem zeggen en ik draai me weer naar de andere man, want hij vraagt: ‘Chat jij ook met je oma?’ Verbaasd kijk ik hem aan.

‘Nee, mijn oma heeft geen computer, maar u weet wie ik ben?’

‘Ja, want ik ken je oma van de computercursus.’

‘Heeft zij een cursus gedaan, daar weet ik niets van! Mijn oma?’ zeg ik met een nog verbaasder gezicht.

De man begint te lachen en zegt: ‘Je weet het niet van mij hoor! Misschien wil ze jou verrassen. Ze speelt ook Monopoly op internet met andere mensen. Er is een site speciaal voor de ouderen waar je kan chatten, spelletjes kan doen met elkaar en ook kaarten. We worden nu wel ouder, maar het wordt ook leuker en makkelijker. Want als je slecht ter been bent en je moet naar een ouderencentrum, om bijvoorbeeld te kaarten, blijf je al gauw thuis. Maar nu ga ik naar beneden, ga achter de computer zitten en dan praat je met anderen en zo.’

Ik bedank de lieve oudjes en loop de trap op naar de tweede verdieping. De deur staat al op een kiertje en met de deurknop in mijn hand roep ik naar binnen: ‘Hallo oma, ik ben het!’

‘Kom erin,’ roept ze vanuit de woonkamer.

Ik sluit de deur en ga naar binnen.

‘Hoi lieverd, wat een verrassing dat je me komt bezoeken. Gelukkig was ik nog hier. Ik wou net naar beneden gaan.’

‘Naar de computerruimte zeker!’ zeg ik lachend met een gezicht zo van, “ik heb je geheim ontdekt”.

Ze kijkt me met een frons op haar voorhoofd aan en vraagt: ‘Hoe bedoel je? Mag ik niet de krant lezen of met anderen praten?’

‘Tuurlijk mag u dat, maar leest u de krant op internet?’ en ik kan mijn lach niet meer inhouden. ‘Ik heb net gehoord dat u een specialiste bent op de computer,’ zeg ik, terwijl ik met mijn duim omhoog wijs.

‘Konden ze beneden hun mond weer niet houden, mannen…’

Terwijl ik koffie zet zie ik mijn oma met de rollator naar de wc gaan. Haar knieën willen soms niet meer en staan vaak op slot. De artsen doen er niets meer aan vanwege de hoge leeftijd.

‘Wilt u hulp oma?’

‘Nee lieverd, het lukt me nog wel om alleen te gaan.

Ik zet de kopjes op tafel als ook mijn oma er weer aan komt. Ze gaat op haar speciale stoel zitten die elektrisch omhoog en naar beneden kan bewegen.

‘Ik heb gisteren voor het eerst geklaverjast op internet. Leuk joh! O ja, weet je dat het van de week gesneeuwd had in China, wat nog nooit gebeurd was in deze tijd van het jaar!’

‘Hoe weet u dat?’

‘Ik las er iets over in de krant en toen ben ik aan het google ‘en gegaan. Ik vond een webcam van de plaats waar het gesneeuwd had. Wat een chaos! Er lag bijna een halve meter.’

Vol ongeloof kijk ik naar mijn oma. Gaat richting de negentig maar in haar hoofd is ze zestig.

‘Oma, wat vindt u van de vergrijzing, dat we ouder worden.’

Ze denkt even na en zegt dan: ‘Leuk…, ik vind het leuk. De moderne wereld spreekt me erg aan en het werkt ook aanstekelijk. Ik wou er niet aan beginnen vanwege mijn leeftijd, maar toen zeiden ze beneden: “ben je gek, je gaat toch niet op je kamer achter het raam zitten en de hele dag auto’s zitten tellen!” Dus hebben ze me dingen laten zien op internet en toen ben ik met een groepje op cursus gegaan. Deze nieuwe wereld is nog maar een begin. Ik wil nog veel leren. En…, je hoeft de deur er niet voor uit! Als ik zin heb om met iemand te kletsen dan ga ik chatten! Op die manier ben ik ook niet eenzaam meer! Wij kunnen ook met elkaar mailen!’ zegt ze, mij blij aankijkend.

Ik kijk mijn oma aan. In korte tijd is ze nog jonger geworden. In deze moderne wereld voelt ze zich helemaal thuis.

Als ik naar huis loop denk ik na. Ja, vergrijzing is dus leuk. Je hebt meer tijd om de wereld door te surfen, om cursussen te doen, dingen uit te zoeken, andere mensen te leren kennen, buitenlandse gerechten te maken, om vrienden te hebben via facebook, om te twitteren, enzovoort!

Ik ben benieuwd hoe ik over vijfentwintig jaar door de elektronische wereld zal lopen. Ga ik dan virtueel bij iemand op visite? Maak ik virtuele reizen? Hoe zal de informatie dan bij me binnen komen? Door een ontvangertje in mijn lichaam, zodat ik altijd bereikbaar ben?

 

Vergrijzing wordt dus leuk, als er maar één ding niet in de weg gaat staan en dat is je gezondheid. Want met de elektronische wereld worden we zeker honderd jaar, maar met een zwak hart…

 

Sylvia