Lucky

‘Wie heeft nog iets nodig uit de grote supermarkt vandaan?’ zeg ik, opkijkend van mijn briefje.

‘Ik heb deodorant en shampoo nodig,’ zegt mijn man. Ik schrijf het op en kijk naar mijn kinderen.

‘En jullie?’

‘Ik heb vullingen voor mijn pennen nodig. Rood, zwart en blauw.’ Zuchtend schrijf ik dat op, want die dingen zijn vreselijk duur.

‘Heb je ook iets nodig Lina?’

‘Ik denk het niet, maar…,’ ze stopt met praten en denkt na.

‘Ik ga me omkleden, mocht iemand nog iets weten dan schrijft pappa het maar op.’ Appie knikt, en ik loop naar boven. Het wordt een drukke dag vandaag, en ik hoop dat Mirco zijn huiswerk snel af krijgt, want ik weet zeker dat hij, na de verrassing, er geen zin en tijd meer voor heeft.

‘Ik ga boodschappen doen,’ zeg ik. Mijn man knipoogt naar me, terwijl hij zegt: ‘Ik help Mirco wel, dan is hij gauw klaar!’ Mirco kijkt me fronsend aan. Lachend geef ik hem een kus en hou met moeite het geheimpje voor me.

‘Jij zegt ook niets hè,’ zeg ik fluisterend naar Appie, gebarend met mijn vinger op mijn lippen, dan stap ik glimlachend naar buiten.

‘Mamma!’ roept Lina mij achterna. ‘Je vergeet je briefje.’

‘Dank je lieverd, als ik jou niet had.’

‘Vergeet het laatste niet te kopen,’ zegt ze bijna onverstaanbaar en ze sluit de deur. Omdat ik gelijk met de buren naar buiten stap en een praatje maak, vergeet ik wat er zo belangrijk was en stop het lijstje in mijn jaszak.

In de supermarkt werk ik snel mijn briefje af, als ik dan de laatste boodschap lees, schiet ik hard in de lach. De mensen die in de buurt staan, kijken me verschrikt aan.

‘Liefdesbriefje?’ vraagt een oudere dame vriendelijk.

‘Nee, een boodschap die ik voor mijn dochtertje van vijf moet meenemen.’ Ik laat het de vrouw lezen, die dan lachend zegt: ‘Kinderlogica…, heerlijk!’ en ze loopt glimlachend weg.

Als ik vrolijk de voordeur binnenkom, springt Lina van de bank en kijkt me vragend aan.

‘Heb je het niet gelezen?’ vraagt ze met een triest gezicht.

‘Jawel, maar het paste niet in het winkelwagentje,’ zeg ik plagend.

Boos gaat ze op de bank zitten, maar binnen een paar minuten is ze het weer vergeten.

Na de lunch stappen we in de auto onder het mom van: we gaan een stukje rijden. Als we na een half uur voor een hek van een groot huis parkeren zegt Mirco: ‘Mamma, waar zijn we?’

‘Ja mamma, en waarom hebben ze hier veel honden?’ vraagt Lina, mij onderbrekend. Glimlachend zeg ik: ‘Kom, we gaan even de honden gedag zeggen!’ Terwijl ik mijn man een knipoog geef, open ik het autoportier en de kinderen stappen enthousiast uit. Het is een geblaf als we naar het hek toelopen, waar Lina op haar knietjes gaat zitten en een klein hondje aait, dat dankbaar haar handje likt.

‘Hallo!’ zegt een oudere vrouw ineens, ‘jullie hadden vanochtend gebeld?’ en zonder een antwoord af te wachten opent ze het metalen hek en laat ons binnen.

‘Mevrouw,’ begint Mirco zachtjes, ‘hoeveel honden heeft u?’ De vrouw legt haar arm op zijn schouders en lacht hem toe.

‘Heel veel! Misschien zit er een hondje voor jullie bij!’ Mirco kijkt mij niet begrijpend aan en loopt naar me toe. Ik leg hem uit waarom we hier zijn en zie dat Lina hand in hand met de vrouw wegloopt.

Na twee uur gespeeld te hebben met verschillende honden, zijn mijn man en ik het eens geworden dat Lucky, een vrolijke jonge hond, die leuk met onze kinderen omgaat, wel in ons gezinnetje mag komen wonen. Onze oude hond was een paar maanden geleden overleden, en zonder hem was het zo stil in huis!

Terwijl de kinderen nog lekker met Lucky spelen, lopen wij even met de vrouw mee voor het papierwerk. Als ze het dierenpaspoort overhandigt zegt ze: ‘De naam Lucky heeft hij te danken aan het feit dat hij echt geluk heeft gehad! In Bosnië stond hij op een lijst om afgemaakt te worden, want daar hebben ze geen asiels net als hier.’ We praten nog wat als we naar de kinderen toelopen en we spreken af dat we de volgende ochtend de hond op komen halen. We moeten eerst nieuwe spullen aanschaffen omdat deze hond groter is dan onze Pippo was.

‘Brengt u straks al die honden naar de supermarkt?’ vraagt Lina ineens aan de vrouw, die haar heel verbaasd aankijkt en vraagt: ‘Hoezo Lina?’ Ze haalt haar schouders op en loopt teleurgesteld naar me toe.

‘Vind je het een leuke hond, Lina?’ vraag ik, maar als ik in haar ogen kijk, die glinsteren, weet ik het antwoord al!

Lachend denk ik aan mijn boodschappenlijstje en grabbel het tevoorschijn uit mijn jaszak. Lina is nog maar vijf en ze kan al een beetje schrijven. Onderaan stond in blokletters geschreven: een lieve hond. Ik laat het briefje lezen aan de vrouw en zeg: ‘Iedere keer als ik boodschappen ging doen, vroeg ze mij of ik een hond wilde kopen, want volgens haar koop je honden en katten in de supermarkt!

Sylvia