Sylviaderijk.com
HOME » verhalen » Waar koop je onderbroeken?

Waar koop je onderbroeken?

 

Het is zondagochtend, we zijn nog aan het spelen met Monopoly als de taxi voor komt rijden.

‘Nee pappa, nog niet weggaan, het spelletje is nog niet afgelopen!’ zegt onze zoon.

‘Lieverd, ik moet echt weg maar ik ben voor de kerst terug!’ zegt mijn man met een zucht. Hij vertrekt liever op maandagochtend.

Om twee uur ’s middags gaat mijn telefoon.

‘Amore, met mij. Het vliegtuig heeft anderhalf uur vertraging.’

‘Maar haal je dan wel je tweede vliegtuig?’ vraag ik verbaasd.

‘Dat zal rennen worden, maar het is mogelijk. Ik bel je als ik daadwerkelijk vertrek.’ Om vijf uur komt het bericht dat mijn man in het vliegtuig zit en naar Frankfurt vertrekt. De volgende vlucht is ook vertraagd, dus hij zou vanavond laat aankomen in Dresden.

“Tring… tring…”

‘Ja,’ zeg ik in de telefoon terwijl ik op de klok kijk.

‘Weer met mij. Vanwege de vele sneeuwbuien zijn alle vluchten geannuleerd. Er staat wel een kilometer file van mensen die hun vlucht moeten omboeken. Kan jij kijken voor een hotel, want we weten hier niets en iedereen is zoekende. O ja, we zijn ook onze koffers kwijt!’

‘Ik zal kijken wat ik hier voor je kan doen en bel je dan meteen!’

Eerst de vlucht maar checken en ik zie dat morgenochtend drie vluchten nog niet volgeboekt zijn. Snel sms ik mijn man om te zeggen dat hij uit de rij kan gaan, want boeken kan je ook via internet. Ik vind een hotel, vijf kilometer van de luchthaven en reserveer twee kamers. Dan sms ik de gegeven door aan mijn man en wacht af.

Het is negen uur ’s avonds als mijn Skype rinkelt.

‘Ciao amore, we zijn eindelijk aangekomen in ons hotel!’ zegt mijn man die nu op mijn computerscherm verschijnt.

‘Hoi, wat een dag hè!’

‘Ja, gelukkig spreek jij Duits!’

‘Ik heb naar een hotel met restaurant gezocht, dan hoeven jullie niet meer weg! Zijn jullie erg moe?’

‘Behoorlijk! Dank je, je hebt het goed geregeld, want het was daar echt een chaos van gestrande mensen!’ Mijn man praat nog even met de kinderen en gaat dan eten.

De volgende ochtend om tien uur krijg ik een sms dat ze in het vliegtuig zitten, op weg naar Dresden. Gelukkig, denk ik, ze hebben een vlucht gevonden en de koffers zouden ook aan boord zijn, schreef mijn man. Komt het toch nog goed…

“Pling, pling, pling,” zegt mijn Skype in drie verschillende toonhoogtes. Ik klik op het groene hoorntje van opnemen en daar verschijnt mijn man in beeld.

‘Hoi liefie, eindelijk aangekomen?’ zeg ik blij.

‘Nou hou op, wat een dag, en het gaat maar door. Komen we aan bij het motel, staan we niet ingeschreven!’

‘Dat zeiden ze zaterdag ook al, toen ik belde met de vraag of het motel ook internet heeft. Maar de mevrouw zei dat er geboekt was door een bedrijf uit Italië, en zij ging er van uit dat het voor jullie was. Niet dus?’

‘Nee, en vanwege al die kerstmarkten hier zijn alle hotels volgeboekt.’

‘Maar je hebt een kamer zie ik!’ Mijn man begint te lachen en dan komt ook zijn collega André tevoorschijn.

‘Ciao Sylvi, bedankt nog voor gisteren.’ Ik kijk raar op als ze allebei beginnen te lachen. ‘Wat is er?’

‘Nou… dit motel was ook vol, maar ze kregen telefoon terwijl wij aan de balie stonden. Iemand had een kamer afgezegd. En die kamer hebben wij!’ Ze lachen nu nog harder en mijn man vertelt verder.

‘We hebben dus een tweepersoonskamer met één tweepersoonsbed! Vanavond slapen we samen! Heel knus, dicht bij elkaar want het is niet zo’n breed bed, meer een twijfelaar!’ Nu lachen we alle drie!

‘Wil je dat ik rond ga kijken voor een ander hotel?’ vraag ik lachend.

‘Nee, want we moeten hier drie nachten blijven vanwege de koffers. Ze zijn gelabeld met dit adres, anders raken we ze misschien echt kwijt.’

‘Dus jullie hebben ook geen pyjama’s?’ vraag ik proestend van het lachen.

‘’We slapen in onze onderbroek!’

‘Buiten is het min dertien!’ zegt André, zich ook in het gesprek mengende.

‘Dan mogen jullie wel héél dicht bij elkaar gaan liggen!’ Fluisterend zeg ik tegen mijn man: ‘Stop een dienblaadje in je onderbroek, dan wordt er tenminste eerst nog aangeklopt!’ We hebben de slappe lach en mijn man maakt het nog erger door de laptop te draaien, zodat ik de hele kamer zie.

‘Kijk,’ zegt hij wijzend. ‘Dit is de badkamer, met doorzichtige douchedeurtjes! Hier is de wc, ook met een glazen deur. Dit is ons bed!’ Ik lach me rot als ik het kleine bedje zie.

‘En dit,’ en mijn man lacht hardop. ‘Dit is het meest romantische dat we hebben.’ Hij draait de laptop naar een muur waar een soort schilderij hangt dat je aan kan zetten. Dan verschijnt daar een open haard, waar je vanuit je bed naar kan kijken!

Ik kom niet meer bij! Twee mannelijke collega’s in een klein knus motelkamertje met een nep-open haard!

De volgende ochtend krijg ik twee sms’en van mijn man. “Ik heb lekker geslapen, André niet, want hij zegt dat ik snurk! Hahaha.”

“Wil je in het Duits een sms schrijven, met de vraag waar we ondergoed kunnen kopen?” Ik lach me rot om deze vraag, want zie je het al voor je. Twee verlegen Italiaanse mannen, die beiden geen Duits spreken, die samen eten, samen slapen en samen naar een lingeriewinkel gaan om onderbroeken te kopen!!!

Ik zou wel een muisje willen zijn!

 

Sylvia