Sylviaderijk.com
HOME » verhalen » Als de krekels...

Als de krekels niet meer zingen

Hij keek over het veld met zonnebloemen en zuchtte, denkend aan haar, een prachtvrouw. Hij kende haar al meer dan veertig jaar. Als kind waren ze altijd samen en haalden ze veel kattenkwaad uit op de boerderij. Maar zij zag hem niet, hij was meer een grote broer voor haar. Zijn liefde bleef onbeantwoord, maar vandaag kreeg hij hoop.

‘Hoi lieverd, heb je koffie? Ik moet je iets belangrijks vertellen,’ zegt ze terwijl hij de deur open doet. Met een verbaasd gezicht laat hij Lina binnen.

‘Je bent toch niet zwanger?’ vraagt hij, en kijkt meteen naar de deur en doet die, met een rot gevoel in zijn maag, dicht.

‘Nee, gelukkig niet! Hij wilde ze nooit en met mij zal hij ze ook nooit krijgen. We gaan uitelkaar!’ Met een plof laat hij zich vallen op een stoel in de keuken.

‘Ben je niet blij voor me?’ Ze gaat op een stoel tegenover hem zitten.

Dat had ik nooit verwacht, denkt Harm bij zichzelf. En haperend zegt hij: ‘Blij… ik?’ Hij kan het wel uitschreeuwen zo blij, maar hij houdt zich in.

‘Ik heb altijd al gezegd dat hij niets voor je was. Je bent een vrouw uit duizenden en die moet je op handen dragen, ik zou het wel weten hoor, als je mijn meisje was!’ Hij voelt zich warm worden.

‘Ja, deze keer had je gelijk,’ lacht ze hem toe. ‘Het is een vreselijke egoïst. Ik heb hem met een ander betrapt en nu kan hij dokken. Het huis heb ik al laten taxeren, dus ik laat me niet wegjagen met een paar rotcenten!’ Ze neemt een slok koffie, die Harm net had ingeschonken en zegt dan: ‘Weet je dat het huis van Van der Steen te koop staat?’

‘Hier verderop, op nummer tien bedoel je?’

‘Ja, ik heb strakjes een afspraak, ga je met me mee? Jij weet veel van huizen af, en die verkopers vertrouw ik niet.’

‘Eh… ja, ik kan wel een uurtje met je meegaan. De koeien kunnen wel even zonder mij.’

‘De koeien!’ zegt ze lachend. ‘Als die praten konden dan hadden wij niet zoveel geheimen gehad! Weet je nog dat we als kind vonden dat koeien los moesten lopen? We hadden ’s avonds in het donker alle hekken opengezet. Met een typemachine hadden we een briefje gemaakt over het welzijn van de koe en dat ze vrij moesten zijn.’ Ze stopt even met praten om aan dat moment terug te denken en schiet dan hard in de lach, waarbij Harm haar verschrikt aankijkt.

‘Je vader,’ begon ze grinnikend, ‘die had eerst de politie gebeld en toen de buren. Het had vier uur geduurd voordat de koeien weer rustig in de stal stonden te eten. De politie wilde van ons weten of we iets hadden gezien, maar wij hadden gezegd dat we huiswerk aan het maken waren. Weet je het nog?’

‘Ja,’ lacht hij, ‘mijn vader was laaiend. De hele tijd liep hij te schelden en zei: “Gloeiende, gloeiende, als ik ze in mijn handen krijg, dan draai ik ze de nek om!” Ik was best wel bang dat mijn vader zou ontdekken dat wij het waren geweest!’

‘Gelukkig heeft hij het nooit geweten, toch?’

‘Nee, het is ons geheimpje.’

‘Een geheim uit vele,’ en ze drinkt haar kopje leeg. Hij denkt aan vroeger: Hij was elf en zij tien, ze speelden samen in de stal. Toen vroeg hij of hij haar een kusje mocht geven op haar wang. En vanaf dat moment is hij verliefd op haar geworden.

‘Hé, waar zit je met je gedachten?’ zegt ze terwijl ze een koekje eet.

‘Bij onze eerste kus, weet je dat nog?’ Hij kijkt verlegen naar de grond. Na al die jaren dat ze elkaar kennen is hij nog steeds verlegen tegen haar.

‘Onze eerste kus… o ja, toen we vadertje en moedertje speelden. Alle koeien waren onze kinderen!’ Ze begint te lachen. Harm voelt een steek in zijn maag, voor haar was het een spel maar voor hem een intense liefde voor haar. Plotseling staat ze op en geeft hem een zoen op zijn wang en zegt: ‘Kom, we gaan naar onze afspraak.’ Hij had haar nog zoveel dingen willen zeggen, maar hij kent haar. Als ze weg wil, dan wil ze ook meteen gaan!

‘En… is het huisje iets voor mij?’ vraagt ze, en ze geeft hem een arm terwijl ze samen naar het huis van Harm teruglopen. Met tegenzin moet hij bekennen dat het huis in perfecte staat is.

‘Het is een prachtige oude woning, net gerestaureerd in zijn originele staat, mooi onderhouden tuin en een grote ruime garage.

‘Te gek! Dan kan ik daar mijn leven verder slijten en als ik eenzaam ben, kom ik een biertje bij jou halen!’ Ze kijkt hem trots aan.

‘Ga je nog mee naar binnen voor een drankje?’ vraagt hij verlegen als ze bij zijn boerderij zijn aangekomen. Ze kijkt hem recht in de ogen en zegt: ‘Wijntje?’

‘Vieren we je nieuwe aankoop,’ en weer voelt hij een steek in zijn maag. Lina opent het keukenraam en snuift de boerenlucht in haar op. ‘Heerlijk, deze lucht heb ik jaren gemist.’ Ze draait zich om en neemt het glas over van Harm, die achter haar staat.

‘Proost, op mijn huisje!’

‘Proost, op jou!’ Ze klinken met de glazen en nemen een slok, luisterend naar de krekels. Vroeger konden ze uren luisteren naar het concert van deze diertjes, liggend in de hooiberg met een graanstengel in de mond. Harm zet zijn glas weg, gaat achter haar staan en slaat zijn armen om haar heen.

‘Waarom kom je niet hier wonen, je houdt van het boerenleven, we zijn perfect voor elkaar.’ Ze draait zich verbaasd om maar hij houdt zijn armen om haar heen, buigt naar voren en kust haar zoete lippen die naar wijn smaken. Lina draait zich abrupt om en kijkt met ingehouden adem naar buiten. Hij houdt haar nog steviger vast en drukt zijn harde lid tegen haar achterste en kust teder haar nek. Hij wil haar…. Nu… nooit meer wachten, een groot verlangen bekruipt hem. God wat houdt hij van haar.

‘Harm!’ gilt ze. Stop met wat je doet! Harm…we zijn vrienden, ik wil dit niet!’

‘Je wilt dit wel, ik voel het!’ zegt hij terwijl hij haar borsten betastte.

‘Harm, nee…’ Ze pakt zijn armen beet als ze voelt dat zijn handen in haar spijkerbroek glijden. Hij kroelt met zijn vingertoppen door het schaamhaar.

‘Harm!’ en ze rukt aan zijn gespierde armen. Maar hij is in trance, haar geur maakt hem wild van verlangen.

‘Lina, ik hou van je…, al jaren,’ zegt hij zachtjes in haar oor. ‘Trouw met me en ik geef je alles wat je lief is.’ Ze schrikt van deze woorden en draait zich langzaam om, waarbij zijn handen vrijkomen uit haar broek. Ze kijken elkaar diep in de ogen aan, dan…, geeft Lina hem een hard knietje in zijn kruis. Luid kreunend zakt hij op zijn knieën, met beide handen zijn kruis vasthoudend. Lina rent het huis uit en schreeuwt: ‘Ik wil je nooit meer zien, wat voor vriend ben jij eigenlijk!’ Huilend parkeert ze haar auto aan het eind van de straat en denkt aan zijn woorden, terwijl de tranen over haar wangen stromen.

Hij staat langzaam op en gaat aan de keukentafel zitten. Haalt pen en papier uit het laatje en begint te schrijven: Lieve Lina…,

Lina snuit haar neus in een papieren zakdoekje en zegt hardop: ‘Klootzak, waarom? We zijn al zolang vrienden!’ Ze sluit haar ogen en laat haar gedachten gaan. Ze moet bekennen dat ze het prettig vond, toen hij haar betastte. ‘Oh Harm,’ zegt ze uiteindelijk, als ze tot de conclusie komt dat hij toch meer voor haar betekent dan ze had gedacht. Ze start de auto en scheurt terug naar de boerderij, terwijl ze uitstapt begint ze te roepen: ‘Harm, Harm waar ben je? Sorry, ik wil met je praten, jij betekent alles voor mij, met jou kan ik lachen en huilen, mezelf zijn, je bent een luisterend oor, waar ben je?’ Ze rent naar binnen. Bij de keukentafel blijft ze staan en pakt met trillende vingers het briefje. Ze geeft een gil en rent naar de koeienstal. ‘Harm… wacht,’ en ze opent de deur. ‘Ik hou v..’ en ze kijkt naar Harm. Terwijl ze met twee handen het briefje nog vasthoudt, schreeuwen die woorden in haar hoofd: “Alles is voor jou, sorry dat ik echt van je hou, vaarwel!”

De koeien loeien onrustig, omdat een levenloos lichaam boven hen hangt.

Sylvia