Sylviaderijk.com
HOME » blog NL » De ochtendkrant

De ochtendkrant

Met een brok in zijn keel stapt Eric zijn huis binnen. Het voorgevoel, dat al de hele dag aan hem knaagt, wordt sterker als hij zijn jas ophangt en met zijn aktekoffer naar de woonkamer loopt. Het is te stil in huis en dat bevalt hem niet. Als hij aarzelend de woonkamerdeur opent, laat hij teleurgesteld zijn koffer vallen.

‘Ze zijn weg, ze heeft me verlaten en mijn kinderen meegenomen!’ zegt Eric tegen zichzelf, en hij loopt naar de bank waar hij zich met een plof op laat vallen. Al een paar maanden deed Esther kortaf naar hem, en als hij vroeg wat er scheelde, zei ze dat het niets met hem te maken had. De tranen rollen over zijn wangen, in zijn gedachten zitten boosheid en vragen, vele vragen!

‘Esther, als je een ander hebt kan je het me toch gewoon zeggen! Maar mijn kinderen…, ik mis ze! Waarom?’ roept hij tegen een foto van zijn vrouw, die op het dressoir staat. Dan ziet hij door zijn tranen heen een brief die naast de fotolijstjes staat. Langzaam loopt hij ernaartoe, pakt de brief, maar als hij zijn naam leest, fronst hij, en komt dat rotgevoel weer boven.

‘Dat is niet het handschrift van mijn vrouw!’ zegt Eric, en hij gaat op de armleuning van de bank zitten. Zenuwachtig vouwt hij voorzichtig de brief open en leest met ingehouden adem de eerste regel.

“Als je dit leest is je gezin in gevaar!” Van schrik gooit hij de brief op het tafeltje en gaat abrupt staan.

‘Gevaar?’ roept hij in paniek. Hij pakt de brief weer op en leest de woorden: ontvoering, gerechtigheid, geen politie, en, je hoort snel van ons!

Eric staat aan de grond genageld, hij weet niet wat hij moet doen.

‘Esther, was je in gevaar, waarom heb je dat niet tegen me gezegd!’ Verbaasd om zijn eigen woorden, roept hij: ‘Esther!’

Hij barst in tranen uit en houdt daarbij de brief op zijn hart.

Er klinkt geklepper van brievenbus en Eric kijkt op, zijn neus ophalend loopt hij naar de gang en hij blijft ineens stilstaan als hij een brief ziet, in plaats van de ochtendkrant.

‘De daders!’ zegt hij, en hij opent snel de deur om de straat in te kijken, maar dan voelt hij iets in zijn rug en kijkt hij langzaam opzij.

De persoon zegt heel zachtjes, met een verdraaide stem: ‘Je gaat naar binnen zonder aandacht te trekken van de buren. Anders bel ik mijn partner en die vermoordt eerst je vrouw!’ Geschrokken doet Eric wat er van hem gevraagd wordt, en voordat hij naar binnenstapt, observeert hij even die persoon, waarvan hij denkt dat het een vrouw is, maar door de sjaal en muts die ze draagt, weet Eric het niet zeker. Hij voelt weer iets in zijn rug prikken, en de stem zegt dat hij moet opschieten. Hij kijkt snel naar het huis van de buren, maar de avondschemering en de heg blokkeren het uitzicht. Als ze beiden de gang inlopen hoort Eric dat de voordeur achter hem wordt gesloten. Even hoopt hij dat ze weg is, maar als hij in het spiegeltje kijkt, dat naast de kapstok hangt, ziet hij dat ze hem volgt, iets zwart in haar hand houdend.

‘Zeg me wat je wilt, hoeveel geld wil je hebben?’ vraag Eric, terwijl hij zich ineens omdraait, als ze in de woonkamer staan. De vrouwspersoon is iets groter dan hem en schrikt van zijn reactie.

‘Ga op de bank zitten!’ zegt ze, weer met een verdraaide stem. ‘En geen onverwachte bewegingen, of ik zorg ervoor dat je blijft zitten waar je nu zit!’ Haar donkere ogen, het enige wat je van haar gezicht kan zien, staan strak en stralen kwaadheid uit. Haar pistool houdt ze op zijn been gericht, en Eric denkt aan de afgelopen maanden, hoe nerveus zijn vrouw eigenlijk was.

‘Wat heeft mijn vrouw jou aangedaan, dat je haar hebt ontvoerd?’ vraagt hij, overtuigd van wat zijn gevoel hem ingeeft. De vrouw lijkt uit haar rol te vallen, en fronst even.

‘Wat heeft ze verteld?’ en ze kijkt weer kwaad naar Eric.

‘Jammer genoeg niets! Maar hoe ben je binnengekomen, deed mijn vrouw open?’ Als de vrouwspersoon een paar passen van hem vandaan loopt, kijkt Eric even snel naar buiten. Hij dacht iets te horen, maar kijkt dan weer teleurgesteld voor zich uit.

‘Esther is zo’n bitch!’ begint ze, terwijl ze haar ogen samenknijpt. ‘Op het werk wil ze altijd de beste zijn, en collega’s ziet ze niet staan! De baas en de chefs lopen weg met haar, want oh…, zij is zo’n goed voorbeeld!’ Eric denkt even na, zijn Esther een bitch?

‘Ze praat altijd ronduit over haar collega’s, dat ze zo aardig zijn, dat ze zo goed met hen in teamverband kan werken, en…,’

‘Teamverband! Ha, laat me niet lachen!’ zegt de vrouwspersoon hem spottend onderbrekend. Ze loopt op hem af en als ze dicht bij zijn gezicht is, zegt ze, met een haatvolle blik in haar ogen, en met haar eigen stem: ‘Jouw vrouw papt gewoon aan met de bazen, ze gooit haar slanke lichaam en haar mooie gezichtje in de strijd en de hoge heren hangen aan haar lippen!’ Haar laatste woorden komen hard uit haar mond.

‘Maar wat heeft ze gedaan dat je haar zo haat?’ vraagt Eric haar zo rustig mogelijk, bang dat ze de trekker van het pistool overhaalt, dat nu gevaarlijk naar zijn schaamstreek wijst.

‘Jouw vrouw heeft mijn idee gepikt en is daarmee naar de baas gestapt! Toen ik dat bekend maakte bij mijn chef, heeft hij dat doorverteld aan de grote baas, die mij daarna rottige klusjes liet opknappen. Ik heb maanden geprobeerd het bewijs te leveren en toen de bonussen werden uitgedeeld, kreeg ik te horen dat er voor mij geen plaats meer was! Ik kon per direct opstappen! En Esther…, zij werd benoemd tot directiesecretaresse! Maar…, dat was mijn doelstelling!’ zegt ze gemeen, en beweegt haar pistool nu omhoog, naar zijn borstkas. Eric houdt zijn adem in, denkend aan Esther. Nee, zo is ze niet!

‘Maar denk je, dat als je mij zal vermoorden, dat dàt de oplossing is?’ probeert hij zo kalm mogelijk te zeggen.

‘Door haar ben ik niet alleen mijn baan kwijt, mijn man is er door de hele situatie ook vandoor! Als ik jou vermoord en ik neem je kinderen mee naar het buitenland, dan weet je vrouw wat het is om aan de top te staan, maar dan wel alleen!’ En ze begint hard te lachen, terwijl ze de loop van haar pistool rondjes laat draaien door zijn halflange, blonde haren. Doodstil blijft Eric zitten en denkt aan zijn kinderen. Ze zijn drie en vijf jaar oud, als zij door haar meegenomen worden, weten ze over een paar jaar niet eens meer wie hun echte ouders zijn! Het rotgevoel waarmee hij vanochtend opstond, wordt heviger en hij sluit zijn ogen. Als ze hem echt wil neerknallen, dan wil hij het beeld van zijn gezin als laatste in zijn gedachten houden. Hij hoort een knal en tegelijkertijd een doffe slag tegen zijn hoofd, het wordt donker, totdat alles pikzwart is.

 

‘Dank je buurman,’ zegt Esther, en ze pakt de fruitmand aan die hij in zijn handen houdt. ‘Dat had je echt niet moeten doen!’

‘Ik was op het politiebureau om een verklaring af te leggen en wilde met mijn eigen ogen zien dat Eric nog leeft!’

‘Het is een wonder,’ en ze krijgt tranen in haar ogen, ‘als jij er niet was!’

‘Ik bracht zoals gewoonlijk de krant, die ik ’s morgens als eerste lees en dan ’s avonds bij jullie in de brievenbus gooi. Ik zag door het raam dat iemand een pistool op hem gericht had en dook via de heg snel weg, hopend dat niemand mij had gezien. Ik belde de politie en gaf hen jullie huissleutel, zodat ze ongemerkt binnen konden komen. Is hij alweer bij kennis?’ en de buurman kijkt naar Eric die stil in het ziekenhuisbed ligt.

‘Nee, maar volgens de artsen is alles goed gegaan, de kogel heeft alleen schade aangericht aan zijn linkeroor, maar we moeten wachten totdat hij wakker wordt. Esther zet de fruitmand op de tafel tegenover het bed, waar ze samen zachtjes nog wat napraten.

 

Het wordt weer licht, denkt Eric ineens, als de zonnestralen door zijn gesloten ogen binnendringen. Hij hoort Esther ver weg in zijn gedachten praten, maar als hij zijn ogen opent, ziet hij haar staan. Met de telefoon aan haar oor, en met een stralende, uitdagende glimlach, loopt ze zeer elegant naar het raam.

‘Ja, Joke is opgepakt, haar man heeft verklaard dat ze het uit jaloezie heeft gedaan!’ Ze draait zich om en…, gooit dan haar telefoon op de tafel, en roept: ‘Eric, je bent wakker!’

 

Sylvia